Carlijn Willemstijn zwart wit
Carlijn heeft sinds haar twintigste een stoma. Ze was jarenlang voorzitter van StomaJONG.

Bang voor later


30 september 2021


Columnist Carlijn Willemstijn wil het taboe rondom stoma's doorbreken.


"Vrees jij wel eens voor later?” 
“Voor later? Waarom?”, ze kijkt mij verbaasd aan.
“Om oud en afhankelijk te worden van anderen?”, zeg ik voorzichtig.
“Nee. Het lijkt mij heerlijk om samen met Johan oud te worden en voor elkaar te zorgen.” Ze ziet het waarschijnlijk voor zich want ze glimlacht.
“Maar ben je niet bang om ziek te worden?”
“Nee hoor. En als dat gebeurt word ik ook vast wel weer beter.”
We zitten samen op een hoge duintop. We hebben net gewandeld. Smullen van wat zoute nootjes, een klein flesje slobberwijn en kijken uit over zee. “Ik vrees daar wel voor...”, zeg ik zachtjes.
“Maar waarom? Je bent weer topfit na al je operaties!”
Ik glimlach. Lief dat ze dat zegt terwijl het vaak zo anders voelt. “Gisteren werd ik gebeld door Marleen. Haar moeder, tweeënzeventig jaar, woont in een verpleeghuis wegens dementie. Marleen was in tranen. Haar moeder heeft een stoma maar dat vergeet ze steeds.”

Ik kijk naar een meeuw die rond mijn voeten op zoek gaat naar voedsel. Ik gooi een pinda naar hem toe. Hij is in één hap weg.

“Ze snapt niet wat er op haar buik geplakt zit. Het kriebelt en jeukt. Met als gevolg dat ze wel vijf keer per dag haar stomazak van haar buik af trekt en de stront niet alleen op haar kleding maar ook aan de muren, de deur, haar haren en meubels zit.”
“Wat vreselijk. Kunnen ze daar niet iets op bedenken?”, vraagt mijn vriendin ontzet.
“Dat vroeg Marleen ook. Ze belde voor advies. Maar alle opties die ik gaf, had de verpleging al geprobeerd.”
“En dat maakt jou bang?”
“Ja. Bang om oud te worden en geen controle meer te hebben over mijn gezondheid. Mijn stomazakje heeft mij zoveel vrijheid gegeven dat ik bang ben dat weer te verliezen. Wat als ik later in een verzorgingshuis lig met een stomazak die lekt terwijl de verpleging het te druk heeft om mijn zakje te legen? Demonen zijn het. Hersenspinsels.”
“Jeetje Carlijn. Dat wist ik niet van jou.”

Ze valt even stil.

“En nu... Die moeder van Marleen?”
“Ik heb haar telefoonnummers gegeven van verpleegkundigen die haar hopelijk verder kunnen helpen.”
We staan op. Kloppen het zand van onze kleren en lopen de zon tegemoet. Beseffende dat het een rijkdom is; hier te lopen in goede gezondheid, zelfredzaam en zonder afhankelijk te zijn van anderen.


Andere columns van Carlijn Willemstijn:

Hoe dan?
Wat the f*ck doe ik hier?
Rare pillen
Moederhuisje